Introductie van De Actitiviteitengids

13

Introductie van de Activiteitengids

In een tijd waarin mensen met dementie steeds langer thuis wonen en bijna elke vorm van professionele zorg wegbezuinigd wordt, willen wij als Dementie Vandaag bijdragen aan een betere kwaliteit van leven en zorg voor mensen met dementie en hun omgeving. 

Op deze pagina gaan wij een activiteitengids realiseren waar iedereen op zoek kan gaan naar een geschikte activiteit voor zijn/haar naaste met dementie.

Het belang van actief bezig blijven

Een bekende kreet die velen van ons roepen is:  ‘Als ik oud ben ga ik niet achter de geraniums zitten’.

Niemand wil eenzaam en alleen de oude dag doorbrengen, iedereen heeft toekomstplannen. De een wil gaan cruisen, de ander een wereldreis maken, een kamper kopen, gaan schilderen, piano leren spelen. Er zijn oneindig veel mogelijkheden waarmee we onze oude dag kunnen vullen. Zodra we met pensioen gaan dan gaan we eindelijk genieten en alles doen waar we niet aan toe kwamen toen we jong waren, moesten werken en een gezin moesten runnen.

Als je gezond oud wordt dan heb je alle tijd om je dromen voor je oude dag uit te laten komen en daar dan ook volop van te genieten.

Maar, hoe anders is het als blijkt dat mensen dementie krijgen, en helaas soms ook op vrij jonge leeftijd, tussen 50 en 70 jaar. Of nog jonger als je pech hebt, maar dat zijn “gelukkig” uitzonderingen.

Aan het begin van het ziekteproces gaat het allemaal nog wel. Mensen met dementie zijn dan nog in staat om zelf initiatief te nemen om iets leuks te doen, maar zodra deze vaardigheid verloren gaat moeten anderen helpen. Meestal is het de familie die te hulp schiet, zij worden dan vaak vanzelf mantelzorger.

Activiteiten zijn voor iedereen belangrijk, een zinvolle dagbesteding geeft een voldaan gevoel en heeft een positieve uitwerking op de gezondheid. We vullen ons nuttig en worden er vrolijk van. Daarnaast helpt het om de dag door te komen en gaat de tijd niet oneindig langzaam. Het zorg ook voor een goed dag en nachtritme, overdag bezig zijn en ’s nachts slapen. De mens is niet gemaakt om de hele dag passief af te wachten wat er komen gaat.

Door actief bezig te zijn wordt het ziekteverloop wat vertraagd, dit geldt vooral bij beweegactiviteiten. Elke dag bewegen is het motto!

Een mens is een sociaal dier, sociale interactie is van groot belang om niet te vereenzamen en om depressies te voorkomen.

Kortom, elke positieve bijdrage kan de dementie vertragen.

Van passief naar actief

 Het is niet makkelijk om iemand met dementie te stimuleren tot een activiteit. Het is met name lastig in de fase waarin de persoon met dementie denkt dat alles nog prima gaat en er niets aan de hand is, en in de passieve fase.

Positieve benadering, enthousiasme, bevestiging en bemoediging kunnen helpen om iemand ertoe te zetten om ergens aan mee te doen.

Het is belangrijk om niet te snel op te geven, elke dag een beetje stimuleren en positief benaderen met geduld zal uiteindelijk beloond worden. En zelfs als het niet lukt om iemand een activiteit te doen, aandacht geven en ontvangen is ook een activiteit nl. een sociale activiteit.

Tips om activiteiten thuis te stimuleren

 – Wees geduldig

– Stimuleer de persoon met dementie om deel te nemen aan het dagelijks leven

– Probeer niet te verbeteren

– Help de persoon met dementie om zo lang mogelijk onafhankelijk te zijn

– Kijk naar de mogelijkheden en niet naar de onmogelijkheden.

– Vereenvoudig aanwijzingen

– Zorg voor routine

– Benoem de gevoelens van de persoon met dementie

– Blijf altijd steunen en ondersteunen.

Communicatie

Om samen met iemand met dementie een activiteit te kunnen doen is het belangrijk om goed met elkaar te communiceren.

We geven wat tips die kunnen helpen in de communicatie met mensen met dementie.

– Zorg voor een positieve stemming: Je houding, lichaamstaal en gedachten spreken meer dan woorden. Ze laten de ander zien hoe je je echt voelt. Als je een negatieve houding hebt tegenover de persoon voor je dan zal deze dat merken en zal de communicatie gedoemd zijn te mislukken. Het is beter om dan afstand te nemen en op een ander tijdstip het opnieuw te proberen.

– Let erop dat je de aandacht van de ander hebt: Zet de externe ruis, zoals televisie, radio, uit. Doe evt. gordijnen en de deur dicht. Of kies voor een andere ruimte waar het rustiger is.

Zorg dat je de aandacht van de persoon met dementie hebt, spreek de persoon aan met zijn/haar naam en vertel wie je zelf bent. Houdt non-verbaal contact door kijken en aanraken (als de persoon dat toestaat). Zorg dat je op gelijke hoogte bent, dus niet staan terwijl de ander zit, maar ook gaan zitten.

– Wees duidelijk: Gebruik eenvoudige zinnen en woorden. Spreek langzaam, duidelijk en op geruststellende toon. Probeer een hoge en harde stem te vermijden. Veel ouderen zijn doof en kunnen hoge tonen slechter horen dan lage tonen. Praat dus niet te hard en probeer in de laagte van je eigen stem te blijven.

Als je merkt dat je niet begrepen wordt, gebruik dan dezelfde zin nog een keer of wacht een paar minuten met het herhalen van de zin. Gebruik namen van mensen en plaatsen i.p.v. voornaamwoorden en afkortingen.

– Stel gesloten vragen: Stel een vraag tegelijk en wacht op het antwoord. Stel korte en duidelijke vragen waar met ja of nee geantwoord kan worden.

Geef nooit meer dan twee keuzes als er iets gekozen moet worden. Dus b.v. : ” Wilt u koffie of thee?” en niet ” Wilt u koffie, thee, limonade of een glas water?”.

– Luister met je oren, ogen en je gevoel: Wees geduldig en geef de ander de tijd om te antwoorden. Als je merkt dat het voor de persoon met dementie moeilijk is om de woorden te vinden is het goed om te helpen, maar neem het niet over. Probeer één woord te raden en niet hele zinnen.

Kijk naar de lichaamstaal van de ander en probeer achterliggende gevoelens te achterhalen.

– Voer activiteiten in kleine stapjes uit: Verdeel een activiteit in onderdelen. Als je b.v. samen de tafel gaat dekken, doe dat dan stap voor stap en doe de handelingen voor. Geef de ander de tijd om het na te doen en geef complimenten als het goed gaat. Leg alles stap voor stap uit en niet de hele activiteit in een keer. Dus NIET: “We gaan de tafel dekken, doe jij de borden en het bestek op tafel?” maar: ” We gaan samen de borden op tafel zetten”.

– Als het moeilijk wordt, sturen en afleiden: Als de persoon met dementie geïrriteerd, boos of ongeduldig wordt. Laat dan het doel dat je voor ogen had helemaal los en focus op wat de ander voelt. Bevestig het gevoel, toon begrip en probeer af te leiden door over iets anders te beginnen of samen een stukje te gaan lopen.

– Reageer met warmte, begrip en bevestiging: Mensen met dementie voelen zich vaak verward, angstig en onzeker. Ze kunnen zich dingen herinneren die helemaal niet zijn gebeurd. Ga daar niet tegenin, maar focus op wat ze voelen en bevestig dat gevoel. Door ze te proberen te overtuigen dat ze het fout hebben worden ze nog verwarder, angstiger en onzekerder.

Soms is een begripvolle blik, of even de handen vasthouden om te bevestigen wat ze voelen, genoeg.

Het kan niet vaak genoeg gezegd worden, maar maak gebruik van hetgeen zich vroeger in het leven van de persoon met dementie afspeelde. Bijna altijd weten mensen met dementie zich dingen van vroeger te herinneren en als je daarover praat zullen ze meepraten. Ze voelen zich zeker en vertrouwd en dat maakt dat een gesprek positief en fijn verloopt. Het korte-termijn geheugen doet het niet meer, maar lange-termijn werkt vaak nog wel.

– Blijven lachen: Humor is het basis ingrediënt in de communicatie met mensen met dementie. Probeer humor zoveel mogelijk in te zetten, maar nooit te koste van de ander. Samen lachen brengt je dichter tot elkaar waardoor communiceren ook weer makkelijker wordt.

 

Wat niet te doen in de omgang met mensen met dementie

 In de omgang met mensen met dementie zijn heel veel do’s, maar er ook een aantal don’ts. Soms doen we dingen met de beste bedoelingen, maar hebben ze een averechtse uitwerking.

 

Hier een aantal tips van dingen die beslist vermeden moeten worden.

Niet doen: 

Negeren

Omdat een situatie soms ongemakkelijk kan zijn lijkt de beste oplossing om de persoon met dementie te negeren. Het is beter om aangepast aan het niveau van de ander proberen te communiceren. Het hoeft geen diepgaand gesprek te zijn, een blik, korte begroeting, glimlach is al voldoende. Iedereen heeft recht op respect, waardering en aandacht.

Kinderlijk benaderen

Mensen met dementie zijn altijd volwassen mensen en dienen als volwassenen behandeld te worden, ongeacht de fase waarin ze zich bevinden.

Kinderlijke stem opzetten, te dichtbij komen, het kan vernederend en intimiderend zijn. Zelfs als je samen kinderliedjes zingt kun je dit op een volwassen manier doen, met je normale stem en zonder kinderlijke bewegingen. Blijf oog houden voor de volwassene die je voor je hebt en bewaar kinderlijke benadering voor kleine kinderen.

Gebruik ook geen verklein woorden zoals b.v. neem een hapje, we gaan een plasje doen, zullen we de haartjes kammen. Niet doen.

Koosnaampjes gebruiken

Het gebruik van koosnaampjes is weggelegd voor de mensen die het dichtst bij de persoon met dementie staan, dus de ouders, partner, kinderen, beste vrienden e.d. Professionals en andere betrokkenen kunnen beter de persoon bij naam noemen. Begin altijd bij de achternaam, als de ander erop staat bij de voornaam genoemd te worden dan is het goed om dit ook te respecteren.

Er vanuit gaan dat de verwarring continu is

Mensen met dementie zijn niet 24 uur per dag verward, ze hebben op de meest onverwachte momenten een helder moment. Het gaat met ups en downs. Ga er dus niet vanuit dat niets meer klopt van wat de persoon met dementie vertelt. Ga mee in de beleving en het verhaal, later zal vanzelf blijken of het klopte of niet.

Ga er ook niet vanuit dat het geen zin heeft om iets te vertellen of te ondernemen omdat ze verward zijn.

Kies er ook niet voor om maar niet meer op bezoek te gaan omdat je denkt dat ze het bezoek toch weer vergeten.

Testen

Niets is erger dan steeds getest te worden op je kennis en kunde. Vragen als: weet u mijn naam nog? welke dag is het vandaag? wat heeft u net gegeten? welke maand is het?. Dit zijn vragen die je niet steeds moet stellen aan iemand met dementie, vooral niet als je merkt dat de ander het echt niet meer weet.

Stel jezelf als het moet elke dag opnieuw voor, maar help niet herinneren door met goede bedoelingen te zeggen: Ik was hier vorige week nog! U weet het vast nog…….

Praten over

Praat niet over, maar met de persoon met dementie. Het is net zoals met iemand in een rolstoel, dan praat je ook niet met de persoon die de rolstoel duwt, maar je richt je tot de persoon die erin zit. Mensen met dementie zijn niet per definitie doof, ze kunnen het horen als er over ze gepraat wordt en trekken hun eigen conclusies over wat ze horen. Daarbij raak je ze emotioneel en kun je ze verdrietig maken.

Focussen op onmogelijkheden

Richt je niet op wat mensen niet meer kunnen, maar kijk naar wat ze nog wel allemaal kunnen en stem daar je activiteiten op af. Geef complimenten als dingen lukken en goed gaan. Een kleurplaat die ingekleurd is met een kleur is ook mooi, alleen al vanwege het feit dat het gelukt is om het in te kleuren. Het is niet van belang dat de persoon met dementie niet meer weet dat het met verschillende kleuren ingekleurd moet worden.

Er vanuit gaan dat slecht gedrag een keuze is

Dwalen, boos worden, knoeien, herhalen, zeuren, vragen en nog eens vragen. Het is allemaal gedrag dat veroorzaakt wordt door de ziekte in het hoofd en niet omdat de persoon die dementie heeft hier bewust voor kiest. Het gedrag is niet te corrigeren, dus ook niet proberen. Het is wel mogelijk af te leiden en het te accepteren.

 

Wel doen:

De ander behandelen zoals je zelf behandeld wilt worden

Probeer bij elke keuze die je maakt in communicatie of behandeling van iemand met dementie te bedenken hoe je het zelf zou vinden als je op die manier behandeld zou worden.

Respect is het magische woord!

Alles valt of staat met de juiste benadering.