Brein en geheugen

 

 – Kruiswoordraadsels ☆☆

Duur van de activiteit: ± 30 minuten.

 Er bestaan veel verschillende soorten kruiswoordraadsels: 

Kruiswoordpuzzel

– Kruiswoord

– Zweedse puzzels

– Woordzoeker

– Cryptogrammen

– Sudoku

Daarnaast hebben de puzzels verschillende niveaus, van 1 tot 13. Hoe hoger, hoe moeilijker.

Als de persoon met dementie niet zelf meer kan puzzelen is het leuk om het samen te doen. Er zitten meestal wel woorden bij die de een of de ander weet.

Laat de persoon met dementie zelf zoeken naar woorden in een puzzel woordenboek, als dit nog mogelijk is.

Samen woorden opzoeken op het internet is ook nog een mogelijkheid.

Er bestaan ook boekjes die de oplossing achterin hebben staan. Kijk daar niet te snel naar, probeer zoveel mogelijk samen op te lossen voordat er iets opgezocht moet worden.

Als iemand niet van puzzelen houdt, dan heeft het niet veel zin om het samen te doen want dan zal de persoon met dementie waarschijnlijk helemaal niet mee doen en dan gaat de activiteit aan zijn doel voorbij.

 

 – Vragen over vroeger

Duur van de activiteit: ± 30 minuten.

Iedereen vindt het leuk om over vroeger te praten, om herinneringen op te halen. 

Probeer de oudere te stimuleren om te vertellen over vroeger door vragen te stellen uit diens verleden. Dit kan met behulp van het levensboek.

De meeste mensen met dementie weten nog heel veel te vertellen over hun jeugd, ouderlijk huis, school, broers en zussen, woonplaats e.d.

Probeer het gesprek luchtig te houden en positief. Als de oudere zelf b.v. over de oorlog begint en u merkt dat dit een negatieve invloed heeft probeer dan het gespreksonderwerp te veranderen.

Als het niet lukt om open vragen te beantwoorden, begin dan met gesloten vragen en ga daar dan dieper op in.

Oude foto’s kunnen helpen om herinneringen op te halen.

Het is ook leuk om samen op google earth op zoek te gaan naar bekende plekken van vroeger en te kijken wat er allemaal verandert is. Soms staat het ouderlijk huis er nog en is het voor de persoon met dementie herkenbaar.

Gewoontes van vroeger zijn ook interessant om te bespreken. Stel vragen zoals o.a. :

– Hoe werd de was vroeger gedaan? Hadden jullie een wasmachine?

– Kreeg je elke dag schone kleren? Wat voor kleding werd er gedragen?

– Hoe was het op school? Hoe leerden jullie lezen en schrijven?

– Gingen jullie wel eens op reis, hoe en waar naartoe?

– Kregen kinderen zakgeld? Hoe oud was u toen u ging werken? Mocht u het salaris houden?

Als het gesprek over vroeger eenmaal loopt, laat dan de persoon met dementie zoveel mogelijk het woord voeren. Het is dan ook niet erg als het onderwerp hierdoor steeds veranderd, ga daar gewoon in mee.

Maak tijdens het gesprek ook luchtige grapjes over dingen die vroeger gebeurden en die nu anders zijn.